PackBeckerSouthAmerica

Rio de Janeiro, Brazilie

Daar gaat ie dan, het laatste verhaal van Zuid-Amerika! De 80 dagen zijn omgevlogen. Al moest ik in het begin nog wennen aan het alleen reizen en heb ik 2 weken op bed gelegen met griep en migraine, de laatste weken gingen razendsnel. Veel gezien ook in een korte tijd. Prachtige wonderen der natuur en energieke festiviteiten zoals het Carnaval in Sao Paulo. Maar waar kon de reis beter eindigen dan in Rio!?

In de donkere vroege ochtend kwam ik per bus aan in Rio de Janeiro. Ik lag nog in diepe slaap en moest wakker geschud worden door de buschauffeur. De hele bus was al leeg gestroomd.
Het was half 5 en de eerste bus naar Leme (de wijk van mijn hostel) zou pas om half 7 vertrekken. Dus zat er niks anders op dan op het busstation een uurtje slaap extra te pakken. Ik was niet de enige..

Eenmaal in de stadsbus keek ik mijn ogen uit. Verdwaalde feestgangers mixten met vroege arbeiders. Hier en daar een verlaten praalwagen. En twee helikopters hangend in lucht. Welkom in Rio!
Ik werd pal aan het strand van Copacabana afgezet. Gaf toch wel een boost, kan ik je zeggen. Helemaal van Venezuela 10.000 kilometer afgelegd per bus en hier was ik dan!

Mijn hostel was nog een kleine klim verwijderd. Door de ligging in één van de favela's kijk je toch even ongerust om je heen, mede door de politieauto's met zwaaiende lampen. Toch heb ik me er geen moment onveilig gevoeld. Ik heb trouwens geen moment deze reis een onveilig gevoel gehad. De vele bangmakende verhalen kunnen dus voor een groot gedeelte de prullenbak in.

Nadat ik mijn tas gedropt had in het rommelige hostel (er lagen overal mensen te slapen) ben ik terug gegaan naar Copacabana voor een frisse duik. En fris was die! IJs en ijskoud is het water hier. Dit had ik totaal niet verwacht van dit tropische strand. Toch een nadeeltje van de Atlantische Oceaan. Verder valt er helemaal niks te klagen. Het zand is wit, de zon schijnt, er waait een prettig windje en de bikini's zijn kleiner dan klein. En natuurlijk de sportende mensen. Hardlopen, fietsen, wandelen, voetballen, volleyballen, beachballen, fitnessen; het is één groot sportfestijn. Christus kijkt tevreden toe vanaf de berg.

Hoe later het werd des te meer Carnavalsmuziek er te horen was. En kleine optochtjes ook. Zo merk je toch wel echt het verschil met Sao Paulo. Daar is het Carnaval alleen op bepaalde plekken, in Rio is het overal. Op een marktje verkochten ze tickets voor de beroemde Sambódromo Carnavalsintocht. Ik had hier al maanden geleden naar gezocht op internet, maar ik had de moed opgegeven na het zien van de prijzen. Die liepen van 100 tot 800 dollar. Deze kaartjes kostten omgerekend maar 40 dollar. Ik mocht dit, nu ik in Rio ben, echt niet missen.

En dus stapte ik die avond in de stampvolle metro naar de Sambódromo. Mijn ticket was voor tribune 12, helemaal achteraan. Mensen liepen met hele koelboxen die kant op, dus heb onderweg ook maar een paar biertjes gescoord. De sfeer zat er op straat al lekker in!

Eenmaal in de Sambódromo keek ik mijn ogen uit. Zóveel mensen. Mijn tribune en die aan de overkant zijn ook de grootsten en het is een zee van uitzinnige mensen. Ik was één van de weinige toeristen in dit vak en er zaten al wat jonge meiden naar me te kijken. Nadat ze hun moed verzameld hadden kwamen ze verlegen naar me toe voor een foto. De Azië herinneringen schoten weer te binnen. Ik ben uiteindelijk maar ergens gaan zitten. Iedereen was vriendelijk (zoals ze dat in Brazilië bijna overal zijn) en ik had vele gezellige mensen om me heen.

De Carnavalsparade begon om 9 uur en zou tot diep in de nacht doorgaan. Met 6 dansscholen die tegen elkaar strijden. Elke school heeft een tijdslimiet van 1 uur en 20 minuten om de finish te halen, anders krijgen ze minpunten. En dat is echt geen makkie met rond de 3.000 dansers. En de praalwagens niet te vergeten! Het betekent ook dat je bijna anderhalf uur hetzelfde liedje hoort, maar daar storen de feestende mensen zich blijkbaar totaal niet aan. Deze mensen zijn lekker los en gaan dat ook!

Het was een geweldige happening, één om nooit te vergeten. Elk jaar zie je deze parade op tv, maar om er nu zelf bij geweest te zijn is wel heel speciaal. Je merkt ook dat iedereen hier het hele jaar naar uitkijkt. En naartoe werkt. Want wat een werk moet er in die prachtige praalwagens zitten. En die kostuums. Voor 3.000 man, per school! Ik weet zeker dat ze allemaal enorm trots zijn.

Naast het Carnaval heeft Rio meer te bieden, dus ben ik de laatste dag vroeg opgestaan. Eerst met de metro naar het wereldberoemde voetbalstadion Maracana.
Vanuit die metro zag ik al dat het stadion onder constructie staat. Dit vanwege het WK voetbal wat in 2014 wordt gehouden in Brazilië en de Olympische Spelen van 2016 in Rio. Een kijkje in dit historische stadion zat er helaas niet in..

Daarna met de bus naar het oude centrum gegaan. Veel winkels waren nog gesloten. Ik denk dat de meeste mensen hun Carnavalsroes aan het uitslapen waren. Toch heb ik een goede indruk gekregen. Dan toch maar weer met de metro naar Copacabana voor de laatste uurtjes strandhangen. Heerlijk!

Ik ben net een paar uur geleden aangekomen in Nederland. Mijn backpack ligt nog ergens in Frankfurt.. Komt vast goed. Helaas komen de foto's later want het fotogedeelte van de site werkt tijdelijk niet. Maar er staan wel veel filmpjes op die een goed beeld weergeven van Rio.

Leuk dat je me volgde!

Sao Paulo, Brazilie

Ik moet toegeven dat ik op moment van schrijven nog lichtelijk aangeschoten ben. Maar dat komt het verhaal misschien juist ten goede ;-). Het was een weekend vol Carnavalsgeweld met uitgedoste mensen en een beetje alcohol.

Maar ik heb natuurlijk ook het ‘gewone' Sao Paulo bezocht. Brazilië is het land van voetbal. En dus is er ook een Museu do Futebol. Dit was erg leuk. Veel foto's en beelden van Braziliaanse hoogtepunten, maar ook interactieve speeltjes. En er is een hoek met rondom geluiden en beelden van fanatieke supporters. Net of je echt in het stadion zit. Dat het museum zich onder een echt voetbalstadion bevindt maakt het nog specialer.

Vrijdag heb ik overdag downtown verkend. Sao Paulo heeft een leuk centrum met vele winkelstraatjes. Het broodje mortadella is hier de specialiteit. Het is behoorlijk druk overal, maar dat is ook niet zo gek met 19 miljoen inwoners. Deze zijn overigens wel superaardig! Ze hebben me al een aantal keer goed geholpen. Dat ze een woordje Engels spreken helpt ook al heel wat.

Vrijdagavond ben ik samen met de Turken naar de Sambodrome gegaan. Niet om de show van binnen te bekijken, de kaartjes zijn best prijzig, maar om de voorbereidingen buiten het stadion te kunnen meepikken. We hadden geluk, want de beveiliging was erg slap en we konden zo met de deelnemers meelopen naar de rand van de megahal.

In het begin was het nog rustig met zo'n 30 mensen. Konden we mooi wat foto's nemen. Hoe later het werd hoe groter de groep verkleedde mensen werd. Van prinsessen tot robots, van soldaten tot Braziliaanse voetballers. Er werd goed gevarieerd qua aankleding. Ze kwamen letterlijk in een optocht onze kant op en we schoten foto na foto. Iedereen vond het ook leuk om op de foto te gaan.

Natuurlijk wilden we ook de praalwagens bekijken. Deze werden echter wel goed beveiligd en konden wij alleen vanaf een afstandje of over het hek bekijken. Maar we hadden al meer gekregen dan we vantevoren hadden kunnen dromen!

De volgende dag zou er een lokale Carnavalsoptocht zijn in de buurt van het hostel. Via internet werden mensen in het Portugees opgeroepen om vanaf 2 uur ‘s middags in de João Moura straat te zijn. Samen met Huseyin en een klein groepje zaten we in een barretje op de grote groep te wachten. Terwijl wij onze eerste biertjes nuttigden druppelde één voor één een verkleed iemand binnen. Om half 4 was de groep zó groot dat de auto's niet meer door de straat konden rijden. Degenen die dat wel deden werden bedolven onder een laag spuitschuim.

Vanaf het café liepen we, onder begeleiding van een drumband, langzaam de straten door. De groep leek bij elke hoek groter te worden en de menigte enthousiaster. Dat er de komende 4 uur steevast hetzelfde liedje gespeeld werd deerde ons niet. We kregen vantevoren nog de songtekst, maar het Portugees is echt geen pretje! Al met al was het een geweldige ervaring om tussen de lokale mensen Carnaval te vieren. Wat een feest!

Vandaag (zondag) is mijn laatste dag in Sao Paulo en ik wilde er nog iets van maken. Nadat ik Ajax van NEC heb zien winnen ben ik met de metro en bus naar het Parque Ibira Puera gegaan. Zondag betekent voor velen een vrije dag dus het was er goed druk. Mensen die wandelen, fietsen, voetballen, skaten, dansen, picknicken en zelfs zwaardvechten..

Het is ook de plek voor een aantal musea. Ik heb eerst een rondje door het Museu Afro Brasil gemaakt, met kunst en informatie over de kolonisatie in Brazilië. Het Museu de Arte Moderna Sao Paulo was andere koek. Hier een twintigtal schilderijen van verschillende Braziliaanse kunstenaars. En een clown! Die lag daar kunst te wezen. Afentoe toeterde hij op zijn toeter. Best gek. Buiten het museum was het druk met jongeren die fanatiek aan het dansen of aan een waterpijp aan het lurken waren.

Vanavond stap ik op mijn laatste lange-afstandsbus. Op naar Rio de Janeiro! Even kijken hoe ze daar Carnaval vieren. Schijnt wel ok te zijn ;-).

Puerto Iguazu, Argentinie

Paraguay kon de pessimistische verhalen van andere reizigers niet ongedaan maken. Asuncion was nog te doen, maar Ciudad del Este, zoals de naam zegt ‘stad van het oosten', was saaier dan saai. Wat het aantrekkelijk maakt is de korte reisafstand naar Brazilië en Argentinië. Toch is er iets van een attractie in de Ciudad. Ze hebben de Itaipu dam, de op-één-na grootste dam van de wereld (in China staat de grootste). Woehoe!

Ik was een bus eerder naar Ciudad del Este gekomen omdat ik dacht de wedstrijd van Ajax mee te kunnen pikken. Maar dit stadje is zo basic dat internet ver te zoeken was. Bijkomend probleem was dat ik mijn Turkse vrienden uit het zicht was geraakt en niet meer kon contacten via internet. Ik heb een tijdje op een terras met barbecue op de uitkijk gezeten, maar geen Turk te zien.

Na ontwaakt te zijn in mijn shabby hotelkamer was het toch de bedoeling de dam te gaan bekijken. Twee bussen en een introductiefilm later mocht ik een volgende bus in. Deze leidde ons rond de dam. Met moeite viel ik niet in slaap. Maar goed dat we even uit mochten stappen voor foto's.
Leuk om even gezien te hebben, maar deze dam zal niet in de wat-was-dat-mooi-he-lijst komen. Grappig was toen ik de bus terug in wilde stappen, de Turken uitstapten!

Wat wel erg bijzonder scheen te zijn; de Iguazu watervallen in Brazilië en Argentinië. In Argentinië nog net iets mooier, zeggen ze. En maar een uurtje rijden. En dus werd Argentinië onverwachts onderdeel van deze reis, heel cool! Uit-stempeltje Paraguay, stukje Brazilië, In-stempel Argentinië, voilà. Jammer dat alle hostels vol zaten met groepen Argentijnen, maar gelukkig was er op de rand van Puerto Iguazu nog een kamer vrij. Beetje motel-achtig en met gezellige gasten. De Turken sliepen met hun tentje op de nabijgelegen camping.

En toen was het tijd voor de watervallen van Iguazu! 's Ochtends extra vroeg opgestaan om de drukte een beetje voor te zijn. Alles is duur in Argentinië, dus ook dit uitje, maar alles is dan wel goed geregeld. Met een bus reden we naar het National Park waar het ieder voor zich was. Even een kaart scoren en gaan. Het park bestaat uit een junglepad, eiland San Martin, een Upper Trail (bovenkant watervallen), een Lower Trail (beneden) en de hoofdattractie Garganta del Diablo (duivelskeel). Geinig detail is dat de grens met Brazilië dwars door deze waterval gaat.

Het junglepad was vooral leuk door de gekke beesten. Daarna ben ik eerst de Upper Trail gaan beklimmen. Het waren de eerste views op de watervallen en heel gaaf. Zoveel watervallen heb ik nog nooit bij elkaar gezien (2700 meter breed). Vanaf de Lower Trail werd het watervallenpark wat overzichtelijker en ideaal voor mooie foto's. Isla San Martin had ik ook al gespot en zag er met haar strandje erg aantrekkelijk uit. Met 35 graden Celsius en veel lopen is een frisse duik geen overbodige luxe.

Een bootje bracht me in 3 minuten naar het eiland. Eerst de korte hike doen, daarna chillen. Het was een pittige klim, maar het uitzicht was geweldig. Zo dicht op de watervallen dat je het water kon voelen. Door de duidelijk aanwezige regenboog kreeg het een hemels tintje. Heaven on earth! Met de voetjes in het water even rusten en nagenieten.

Save the best for last. Garganta del Diablo ligt een stukje verderop. Met een treintje wordt je een aardig stuk in de goede richting gebracht, het laatste stuk moet je lopen. Dit is geen straf want de omgeving is wederom prachtig. We zijn nu op het hoogste gedeelte en overal is water. Tussendoor een vis met een schildpad zien spelen.

Dat water moet ergens heen en dat is waar zich de Duivel bevindt. Waar men vroeger dacht dat de je aan het einde van de horizon van de aarde af zou vallen, is hier echt het geval. Omdat de rotswanden hier zó stijl zijn dondert het water met duizenden liters 80 meter naar beneden. Het einde is ook niet te zien door al het omstuivende water. Wat is dit indrukkend! Zoveel water, zoveel kracht. En ook bijna helemaal rondom. Met recht dat dit op de nominatie van 1 van de 7 Natuurlijke Wonderen staat. Check de filmpjes.

Nog niet helemaal bijgekomen van al het moois is het weer tijd om door te reizen. Brazilië is het laatste land van deze reis. Eerst Sao Paulo, giga-stad en het begin van Carnaval voor mij. Daarna de knallende afsluiter met het Carnaval in Rio!

Asuncion, Paraguay

De laatste stop in Bolivia was Santa Cruz. Eigenlijk alleen voor de jungle die daar in de buurt zit. Met mijn Turkse vriendjes kwamen we op zaterdagochtend aan en we kwamen er snel achter dat we maar weinig tijd hadden om een tour te regelen. De meeste winkels in de stad sluiten namelijk op zaterdagmiddag en openen pas weer op maandag. Helaas was er slecht nieuws. De rivier, een aftakking van de Amazone, staat op dit moment te hoog. Eén van de nadelen van het regenseizoen.

Paraguay lonkte. De bus hierheen zou 24 uur gaan duren, maar er werd ons een luxe bus met airconditioning en goede slaapstoelen beloofd. Een eitje dus! Maar we hadden het kunnen weten: Niet waar. Geen luxe, geen airconditioning. Dus de hele rit met de ramen open rijden. In het begin prima, later op een zandweg een hel. Vanaf de grens was de weg zo slecht. Veel gaten in de weg en overal zand. Je zag constant wolken zand door de ramen naar binnen komen.

Frappant was dat de paspoortcontrole voor Paraguay pas kwam toen we al 5 uur in het land reden. De westkant van Paraguay wordt een beetje vergeten, lijkt wel. Het was wel gelijk een controle die indruk maakte. Alle tassen moesten uit de bus en op een rij gelegd worden. Van Interpol-agenten moesten we vervolgens in een rij gaan staan en één voor één onze tassen openen. Natuurlijk werd er niks gevonden en konden we onze stempels halen.

Inmiddels zaten we al 20 uur in de bus en keken we behoorlijk uit naar eten, een douche en een bed. Maar het duurde allemaal erg lang. Tot overmaat van ramp kreeg de bus twee keer panne. De tweede keer was het best eng; na een knal gleed de bus van links naar rechts over de weg. Aan de 3 chauffeurs lag het in ieder geval niet. Zij rolden zonder mokken met hun overhemdjes onder bus om te repareren. Verbazingwekkend reden we gewoon verder en kwamen we nog aan ook!

Het was alweer donker toen we in Asuncion arriveerden. De klok kon ook nog eens een uur later, op 23:00uur. Met een taxi reden we naar het hostel wat we voor ogen hadden. De nacht werd nog langer, want het hostel zat vol.. Het volgende hostel was niet prettig. Met 15 anderen in een snikheet hok. Maar goed dat we slaap tekort hadden. De volgende dag zijn we snel verhuisd naar een hostel die gasten wel menselijk herbergt.

En dan Asuncion zelf! Het is hier godvergeten heet. 40 graden met een lekker warm ovenwindje. Iets te veel van het goede. De weinige toeristen die hier zijn (Paraguay is het minst populaire land in de regio) blijven dan ook binnen hangen tot het afkoelt in de namiddag. Beetje chillen onder de airco dus.

De dag daarop sloeg het weer compleet om en regende het cats and dogs. De temperatuur daalde tot een aangename 30 graden. Tussen de buien door ben ik het centrum gaan bezoeken en heb een paar mooie historische gebouwen gespot. Toen de regen weer aandrong dook ik snel een museum in. Hier hadden ze vele foto's van het grote onafhankelijkheidsfeest van afgelopen jaar. Paraguay was 200 jaar geleden het eerste Zuid-Amerikaanse land dat zich losrukte van de Spanjaarden.

Wat verder opvalt is dat de meeste dingen hier duur zijn, terwijl Paraguay het op-één-na armste land van het continent is. Schoenen kosten hier evenveel als in Nederland en de hostels behoren tot de duurste van Zuid-Amerika. Dus waar ze het geld vandaan halen is een raadsel..

Potosi y Sucre, Bolivia

Bolivia is het land van de ‘hoogste'. Potosi is van alle steden in de wereld de hoogste stad (4.070m). En hiermee gaat Potosi niet eens als belangrijkste punt de geschiedenisboeken in. Het was 4 eeuwen geleden de meest welvarende stad van Zuid-Amerika en had zelfs meer inwoners dan Londen of Parijs.

Dat komt allemaal door het zilver wat in de bergen gewonnen werd. De Spanjaarden waren de baas en zorgden ervoor dat de Indianen en later de Afrikanen met wat moois uit de mijnen kwamen. Ook Holland heeft van Potosi geprofiteerd, denk alleen maar aan de Zilvervloot die Piet Hein te grazen nam.

Er wordt vandaag de dag nog steeds in de mijnen gewerkt. Er is geen zilver meer, maar toch gaan er dagelijks 8.000 mijnwerkers (waarvan 800 kinderen) de berg Cerro Rico in om andere mineralen te vinden. De omstandigheden zijn natuurlijk niet goed. Veel stof en gevaarlijke stoffen zorgen voor een gemiddelde sterftijd van 40 jaar. Om dit zolang mogelijk uit te stellen geloven de mijnwerkers in Tio, een soort duivel. Door hem tevreden te houden denken ze meer mineralen te winnen en langer te leven. Eenmaal buiten de mijn geloven ze gewoon in God (Dio).

Het klinkt misschien gek, maar ik wilde wel een kijkje nemen in zo'n mijn. Dit kan met een tour. Eerst kleedden we ons aan met laarzen, een soort regenpak en een helm met lamp. Daarna reden we langs de markt om cocablaadjes en vruchtensap te kopen voor de mijnwerkers.

Nog geen 5 meter in de blubberige mijn moesten we al oppassen, want er kwamen karretjes op volle snelheid onze kant op. Best spannend! Je moet ook steeds bukken en uitkijken waar je loopt. Soms was het zo nauw dat we moesten kruipen om door te kunnen. Er zijn honderden tunnels en grotten en het is maar goed dat we begeleid worden door een gids. Over de grond loopt een spoorlijntje en langs de muren meerdere kabels voor zuurstof. Afentoe maakten we een praatje met wat mijnwerkers en in ruil daarvoor gaven we ze de gekochte cocablaadjes en sap.

Het was best vermoeiend en claustrofobisch. En je liep de helft van de tijd met je shirt over je mond vanwege de stof. Maar toch was het een geweldige ervaring! Ik denk zelfs één van de meest interessante belevingen van heel Zuid-Amerika. Met name door de geschiedenis en het feit dat er nog elke dag in de mijnen gewerkt wordt.

Het Museo de la Casa de la Moneda was een goede aanvulling op de mijn. In dit museum krijg je te zien hoe vroeger munten werden geslagen uit zilver. Grappig om te zien dat ze hiervoor enorme ronddraaiende houten stellages gebruikten die een etage lager aangedreven werden door paarden. Dat voor een muntje! Het was de perfecte afsluiter van Potosi.

De volgende bestemming was Sucre, officieel de hoofdstad (he Daaf ;)) en ook wel ‘City of White' genoemd. Dat laatste omdat de statige gebouwen in het historische centrum allemaal wit zijn. Het is een prettige stad, maar je hebt het hier ook snel gezien. Er wordt vooral reclame gemaakt voor tours buiten de stad.

Maar het was wel even fijn om in de bioscoop naar een film te gaan die niet Spaans nagesynchroniseerd was. De nieuwe ‘Mission Impossible' bracht fijne herinneringen van de vorige reis naar boven. Qua wereldsteden dan he. ;)

De volgende dag was minder fijn toen mijn pinpas ingeslikt werd door een pinautomaat. Zonder pas geen geld meer, dus een kleine ramp. Gelukkig is het kantoor van deze bank om de hoek en gaat er morgenochtend iemand de ATM openen. Was andere koek geweest als mijn pasje in Uyuni ingeslikt was..

Verder ben ik weer herenigd met mijn Turkse vriendjes! Met hen ga ik verder naar het oosten reizen. Zij hebben hun plannen aangepast en gaan ook via Paraguay naar Brazilië. Gezelligheid!

La Paz y Uyuni, Bolivia

Van het hoogste meer naar de hoogste hoofdstad ter wereld. Om er te komen was het bijna vechten voor een plekje in de bus. Er waren meer kaartjes verkocht dan er in de bus konden, dus mensen werden loco! Na veel geschreeuw en geduw paste iedereen er toch in. Er waren zelfs 3 plekken over (??).

In La Paz is eigenlijk niet zo heel veel te doen. Het lijkt op de meeste steden, alleen dan hoger. De meest besproken attractie ligt net buiten de stad; ‘The World's Most Dangerous Road'. Helaas is dit zo erg uitgebuit dat je veel geld moet neerleggen voor een beschermpak en helm en zit je gelijk aan een dag van 7 tot 6 vast. Dat terwijl het gevaarlijkste stukje hooguit 2 uur fietsen is. En er rijden geen auto's meer zoals vroeger. Volgens mij is fietsen in Amsterdam gevaarlijker.

Eigenlijk was het plan om na La Paz de Amazone jungle in het noorden aan te doen, maar hiervoor zou ik 24 uur heen en 24 uur terug in een lokale bus moeten. Met risico op langer vanwege het regenseizoen. Ik heb even goed de kaart bestudeerd en ik ga volgende week in het midden van het land een jungle trekking doen! Ligt nog op de weg ook.

Maar eerst de zoutvlaktes van Uyuni. Met een busrit die deed denken aan een massagestoel (we werden alle kanten op geschud door de slechte weg) reden we naar het zuiden. En dan zal je net zien dat je eindelijk ligt te slapen, je wordt gewekt..

Om 7 uur 's ochtends stonden we op een verlaten zanderige weg. Ik had mijn zout-tour al geboekt en zou worden opgehaald, maar de pick-up was er natuurlijk niet. Bij een hotel zou ik anders moeten wachten. Langzaam kwam Uyuni tot leven en kon ik een ontbijtje scoren. Tussen mijn eitje en sapje door toch maar even gaan zoeken en toen bleek dat hij mij ook zocht.

Om 11 uur vertrokken we dan eindelijk met de 4x4 jeep. Er zaten nog 2 Fransen en 2 Argentijnen in de auto. De eerste stop was bij het Cementerio del Trenes. Hier staan allemaal oude verroeste treinstellen en locomotieven. Geinig, maar hier kwam ik niet voor.

Salar de Uyuni is toch wel één van de meest bijzondere dingen die ik op deze reis heb gezien. Met haar 12.000 km² de grootste zoutvlakte ter wereld. Het was ooit een deel van een prehistorisch meer wat later opdroogde en voor onder andere de Salar de Uyuni zorgde.

Vanuit de woestijnachtige omgeving reden we recht op het fel witte gebied af. Heel gek om te zien. Langzaam reed de jeep de natte zoutvlakte op en keken we onze ogen uit. Wel met zonnebril op, want zonder is echt niet te doen.

Op een mooi plekje stopte de chauffeur de jeep en konden we uitstappen. Een beetje onwennig, alsof het ijs is, stapte ik uit de auto. Schoentjes uit en lekker met de blote voeten in het koele zoutwater. Naast ons lagen wat hoopjes zout die later opgehaald worden, maar het mooiste was toch gewoon het oneindige witte uitzicht.

Hierna gingen we naar een zouthotel. Zoals de naam zegt is het een hotel gemaakt van zout. Op deze locatie is het nóg wateriger waardoor er prachtige reflecties ontstaan. Een ideale plek voor mooie foto's. De vele toeristen laten zich dan ook in de meest vreemde poses fotograferen. Ik genoot vooral van het uitzicht. Wat een schoonheid!

Check de foto's en filmpjes, dat geeft een beter beeld van de zoutvlaktes dan dit verhaal. :)

Copacabana, Bolivia

Met Machu Picchu nog vers in het geheugen stapte ik diezelfde avond nog op de bus naar Bolivia. Het armste land van Zuid-Amerika lijkt op de kaart niet groot, maar is toch even groot als Frankrijk en Spanje bij elkaar! En dat met maar 10 miljoen inwoners.

Kapot van de weinige slaapuren en het vele lopen, kostte het me totaal geen moeite om in de bus in slaap te komen. De tussenstops in Puno en de grens beleefde ik slaapdronken. Maar toen Lake Titikaka, het hoogste meer ter wereld, in beeld kwam was ik zo fris als een hoentje.

Mijn eerste stop was Copacabana. Niet te verwarren met die van de stranden in Rio. De Boliviaanse Copacabana ligt direct aan het Titikakameer en maakt daar goed gebruik van. Na de vele verhalen over goedkoop Bolivia ging ik er vanuit dat dit ook hier zou gelden. Maar helaas waren de eerste hostels of hotels belachelijk duur (40 dollar, waar 40 bolivianos normaal zou zijn). De zware backpack drukte steeds meer op mijn schouders en de zon was ook lekker irritant. Een uur later vond ik er dan toch eentje.

Het stadje stelt weinig voor. Het is wél heel bijzonder om langs Titikaka te lopen. Zonder dat ik er erg in heb zit ik op bijna 4.000 meter hoogte! Het schijnt ook 300 dagen in het jaar feest te zijn hier en overal zie je dan ook versierde auto's, vrouwen in klederdracht (met aparte bolhoed) en mannen die met champagne spuiten. En het is erg druk aan de oever. De zwaanwaterfiets en tafelvoetbaltafel zijn het populairst.

Nee, voor iets speciaals moet je de boot pakken. Naar Isla del Sol. Dit eiland ligt 2 uur varen van Copacabana af en is zeer belangrijk in de Inca geschiedenis. Hier woonden de eerste Inca's en is volgens hen de zon ontstaan. Even verderop ligt Isla de la Luna. Hier komt uiteraard de maan vandaan.

Ik wilde dit vanzelfsprekend van dichtbij bekijken. In alle vroegte stond ik op, ging naar de markt voor brood en fruit en stapte met voor mijn gevoel met 100 man op een klein bootje. 2 uur lang de zithouding afwisselen met mijn buurman.. Mijn buurvrouw aan de linkerkant liet ik maar met rust, aangezien zij de hele reis op haar cocablaadjes zat te kauwen (wat overigens geen drug is, maar je wel alert maakt).

We meerden aan op de noordkant van Isla del Sol. Eerst kregen we een flauw museumpje met gevonden potten en botten te zien, daarna wilde onze gids ons meenemen naar het spectaculaire deel. Maar het duurde lang voor we op weg waren en ik had al snel geen zin meer in een groepstour. Ben dus maar gaan lopen. Eerst over het strand bezaaid met Argentijnse tentjes (zij zijn de reizigers van Zuid-Amerika) en toen een uurtje bergopwaarts.

De omgeving was heerlijk om doorheen te lopen. Het veranderd elke 100 meter. Boeren werkend op een akker, een witte baai, uitgestrekte marmeren rotsen en links en rechts Titikaka. Bijna op het puntje is een ruïne van een Inca-dorp te zien. En een stenen tafel met zitplaatsen eromheen voor vergaderingen. Op de terugweg kwam ik erachter dat ik prompt langs het belangrijkste was gelopen; de enorme steen waar  volgens de Inca's de zon is ontstaan.. Toch maar even een foto genomen.

Mijn plan was om naar de zuidkant te lopen. Het was van daar mogelijk de boot van half 4 te pakken. Maar om 1 uur kwam ik mensen tegen die zeiden dat het 3 uur lopen was.. Dus toch maar besloten terug te lopen om met de groep op de boot van half 2 te stappen.
Ik zat lekker in de zon en vroeg nog aan een man welke boot ik moest hebben. Hij wees naar een lege boot, dus ik dacht dat de groep laat was. Tranquilo amigo.

En toen waren opeens alle boten weg! Ik had geen spullen bij me om op het eiland te overnachten en sprak snel iemand aan die mijn kapitein opbelde. Gelukkig kwam hij terug. Hij moest daar natuurlijk wel geld voor hebben. Die 1,50 euro heeft me gered! :)

We hadden nog één stop te goed op zuid. Helaas maar 3 kwartier, door wie zou dat nou komen?! Veel was er overigens niet te zien. De steile heilige trap was het hoogtepunt. Ik was blij toen ik veilig op de boot terug naar Copacabana zat.

Cusco y Machu Picchu, Peru

Om bij Machu Picchu te komen moet je eerst langs Cusco. En dat is helemaal geen ramp want in dit stadje valt genoeg te zien. Al lopend door de smalle straatjes waan je je even honderden jaren terug.  Cusco was lang geleden zelfs de hoofdstad van heel Inca-land, wat liep van het zuiden van Colombia tot aan het noorden van Argentinië. Toch zijn er vooral kerken te zien, met dank aan de verwoestende Spanjaarden.

Ondanks dat het prima vertoeven is in Cusco, kwam ik hier voor maar één ding: Machu Picchu. Deze Inca-ruïne ligt goed verborgen op 2430 meter tussen steile bergen. Om er te komen kun je de Inca trail van 4 dagen doen, per bus en lopend of met de bus en trein. Ik heb uiteindelijk voor het laatste gekozen. Eerst met een vol minibusje naar Riobamba om daar de Inka Train naar het dorpje Aguas Calientes te pakken. Alleen hiervandaan is Machu Picchu te bereiken.

De trein naar Aguas was al een beleving, rijdend door de jungle en langs een heftige rivier. Anderhalf uur later kwamen we aan in het dorpje. Snel op zoek naar een normaal geprijsd hostel. Wat niet makkelijk was, alles is hier duur. Nadat ik mijn kleine rugzak had uitgepakt ben ik maar wat gaan rondwandelen en in mijn boek gedoken. Machu Picchu stond voor de volgende dag pas op het programma.

Ik dook vroeg mijn bed in, om 8 uur al. Ik wilde namelijk om 4 uur 's ochtends de deur uit gaan. Mijn plan was om naar Machu Picchu te lopen om de horde toeristen voor te blijven. Het enige moment om een foto van Machu Picchu te maken zonder toeristen in beeld zou om 6 uur bovenop de uitkijk van de Guard House zijn.

Helaas weinig geslapen, maar toen de wekker om 3:45 uur afging was ik klaarwakker. Machu Picchu time! Snel mijn kleren aan, tanden poetsen en de deur uit. Het was pikkedonker en uitgestorven. Met mijn zaklamp op de grond gericht volgde ik het pad langs de rivier. Hoe verder ik liep, hoe meer geluiden en ogen er uit de jungle kwamen en hoe enger het werd. Ik was dan ook blij toen ik twee andere mensen zag. We moesten wachten tot de brug werd geopend door een wachter en er kwamen steeds meer mensen bij staan, zo'n 30 in totaal. Om kwart voor 5 konden we dan eindelijk de berg beklimmen.

En een beklimming was het! De bergen zijn hier zo steil dat je zigzaggend naar boven moet. Er is een soort trappenstelstel aangelegd met grote en kleine rotsen en dit is erg vermoeiend kan ik jullie melden. Ruim een uur trappenlopen is geen pretje. Het druilerige weer verborg het zweet dat over mijn hele lichaam droop. Ik liep er natuurlijk ook bij als een amateur in mijn spijkerbroek en gympies..

Maar toen: Het was licht geworden en ik zag huisjes boven me! Kapot maar voldaan sloot ik mij bij het groepje topatleten aan. Ik had het gehaald voordat de poort open ging. Om 5:50 uur kwamen de bussen met (luie of slimme) toeristen aan. Snel ben ik bijna vooraan gaan staan en toen de poort open ging snelde ik mij richting Guard House. Nóg meer traptreden. Maar nu wist ik dat de ‘schone' foto's binnen handbereik waren. En ja hoor, ik stond er als allereerste! En wat een uitzicht! En wat hoog. De regen was gestopt en er hing nu een prachtige mist boven Machu Picchu. Wat een plaatje..

Via de officiële Main Gate stapte ik Machu Picchu binnen. Overal om je heen zie je moois. Geweldig dat het door de stenen nog zo goed in tact is gebleven. En wat een hoop stenen ook! Loop ik te zeuren over die traptreden, ik denk dat die Inca´s het een stuk zwaarder hadden.

Na de Temple of the Three Windows en de Main Temple klom ik weer een stukje omhoog. Dit is Intihuatana, de plek waar de wijzen onder andere de tijd berekenden op een grote steen. Het uitzicht van hier was weer eens fenomenaal, zoveel hoge bergen om je heen. En toen zag ik opeens een ronde regenboog op één van de bergen aan de overkant afgebeeld. Erg bijzonder! Dat vond de Japanse toeriste naast mij ook, want die ging helemaal uit haar dak.

Het volgende grappige was bij een groepje lama´s. Leek mij leuk voor een fotootje. Eén van de lama´s dacht volgens mij dat ik eten had en kwam snel op mij af. Zo door het hekje heen! De rest van de lama´s volgde kuddegewijs snel. Ze waren net zo verbaasd als ik. Er was niemand van de organisatie in de buurt voor hulp, dus ben maar snel doorgelopen, haha.

Met veel plezier heb ik het hele Machu Picchu terrein bewandeld. Van de Zonnetempel tot de agrarische terrassen. Gewoon even ergens zitten was al fijn. Ik raakte aan de praat met een Engels echtpaar en het was erg gezellig. Met hen ben ik nog naar de Inka Bridge gegaan. Deze brug is tot stand gekomen door het opstapelen van vele rotsten tegen een steile berg aan. Veel te gevaarlijk om over te lopen, maar voor de zekerheid moesten we toch eerst even onze namen opschrijven..

Om 11 uur was ik klaar en voldaan. Het was een bijzondere dag, één om nooit te vergeten.
Alleen nog even al die traptreden aflopen.. ;-)